Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
zaken worden gebaat, worden gerekend:
de aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
werken en werkzaamheden:
het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
afgraven;
riolering met inbegrip van bijbehorende werken;
wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
voorzieningen van openbaar nut en kunstwerken verband
houdende werken;
plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
begrepen de aanleg en de inrichting van openbare
speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;
openbare verlichting en brandkranen met de nodige
aansluitingen;
het verrichten van bodemonderzoek en -sanering, voor
zover het de ondergrond van voorzieningen van openbaar
nut betreft en voor zover de daarmee verband houdende
kosten niet op andere wijze kunnen worden verhaald;
het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
uitvoering van een bestemmingsplan;
alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
nut.
De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
buiten het exploitatiegebied, voor zover de binnen het
exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor direct dan
wel indirect worden gebaat.
Afdeling I:
Artikel 2