Voor het aanvragen van ondersteuning dient gebruik te worden gemaakt van het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier.
Bij de aanvraag worden die gegevens en bewijsstukken overlegd die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om de aanspraak op ondersteuning te kunnen beoordelen (artikel 53a van de WWB en artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht).
Een aanvraag voor individuele bijzondere bijstand moet worden ingediend en ter beoordeling worden voorgelegd vóórdat de kosten daadwerkelijk door de belanghebbende zijn gemaakt.
Van het bepaalde in het derde lid kan worden afgeweken indien:
het kosten betreffen waarvoor een eigen bijdrage is verschuldigd;
de belanghebbende redelijkerwijs de aanvraag niet vooraf heeft kunnen indienen; óf,
er andere bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om voor de reeds gemaakte kosten bijstand te verstrekken.
In afwijking van het vierde lid, komen kosten die eerder zijn opgekomen dan zes weken voor de aanvraagdatum niet voor ondersteuning in aanmerking.
Voor het bepalen van de datum van opgekomen kosten als bedoeld in het vijfde lid, geldt de (eerste) facturatiedatum of de dagtekening van het betreffende besluit.