Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 31

Chronisch zieken , gehandicapten of ouderen

Onderdeel van Besluit socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013

Het college kan aan de belanghebbende die: chronisch ziek of gehandicapt is; of een tot zijn laste komend kind heeft, dat chronisch ziek of gehandicapt is; of, de AOW- gerechtigde leeftijd heeft bereikt; per kalenderjaar bijzondere bijstand verstrekken voor het bestrijden van algemeen aannemelijk te achten noodzakelijke kosten van het bestaan die samenhangen met deze doelgroepen. Voorwaarde voor bijzonder bijstand als bedoeld in het eerste lid is dat de belanghebbende: de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; of, langer dan 6 maanden geïndiceerde thuiszorg heeft; of, een voorziening voor wonen, werken of vervoer is toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning; of, een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ontvangt en volledig is afgekeurd (arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%); of, chronisch ziek is en op grond van een besluit van het Centraal Administratie Kantoor (CAK) een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten ontvangt; of, een recente verklaring van een behandelend arts omtrent een chronische ziekte of handicap heeft; of, een beschikking van de tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) heeft. De bijzondere bijstand bedraagt per kalenderjaar: € 108,00 per belanghebbende indien sprake is van een rechthebbende per huishouding; of, € 162,00 per huishouding indien sprake is van twee of meer rechthebbenden per huishouding. De belanghebbende die verblijft in een op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten gefinancierde instelling komt niet voor bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid in aanmerking. Een aanvraag ingediend op uiterlijk 31 december van het lopende jaar, wordt toegerekend aan dat kalenderjaar.

Rechtspraak bij dit artikel