Er is recht op een voorziening van de minimaregelingen zoals in hoofdstuk 7 van dit besluit beschreven, als het gezinsinkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Als uitzondering hierop is met ingang van 1 januari 2017 recht op een voorziening uit de Collectieve Ziektekosten Verzekering van dit besluit als het gezinsinkomen niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Inkomsten die worden vrijgelaten ingevolge de WWB [voor WWB dient gelezen te worden Participatiewet], worden niet in aanmerking genomen.
Niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de Collectieve Ziektekosten Verzekering en de minimaregelingen voldoet de belanghebbende die over vermogen beschikt dat hoger is dan het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
Bij de vaststelling van het vermogen zoals bedoeld in het vorige lid, wordt het vermogen verbonden in de woning niet meegerekend.
Hoofdstuk
Artikel 11
Berekening toetsingsinkomen Collectieve Ziektekosten Verzekering en minimaregelingen
Onderdeel van Besluit socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013