Bij de verlening van individuele bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de draagkracht(ruimte) van de belanghebbende op basis van het inkomen en vermogen.
De draagkracht(ruimte) als bedoeld in het eerste lid, bedraagt 50% van het in aanmerking te nemen inkomen op jaarbasis boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met het in aanmerking te nemen vermogen.
Voor de bepaling van het inkomen als bedoeld in het tweede lid, worden de middelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid en artikel 33, vijfde lid van de Participatiewet, alsmede de individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing gelaten.
Voor de bepaling van het vermogen als bedoeld in het tweede lid, worden de middelen bedoeld in artikel 34, lid 2 van de Participatiewet buiten beschouwing gelaten.
Van het vermogen vervat in een auto (of motor) wordt € 4.500,00 vrijgelaten. Voor zover de waarde van de auto(’s) uitstijgt boven de vermelde grenswaarde wordt het meerdere als vermogen in aanmerking genomen. Als er een schuld is die aantoonbaar aan het bezit van de auto is gekoppeld kan deze schuld ook tot € 4.500,00 buiten beschouwing blijven. Als de schuld de waarde van auto overtreft kan het meerdere als schuld in mindering worden gebracht op de waarde van de bezittingen.
Indien de draagkracht hoger is dan de kosten waarvoor individuele bijzondere bijstand wordt aangevraagd, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Vaststellen draagkrachtperiode bij periodiek bijzondere bijstand:
Als er geen sprake van draagkracht is, gaat de draagkrachtperiode in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend. De draagkrachtperiode wordt vastgesteld tot 1 januari van een jaar, met een maximum van zesendertig maanden.
Als er draagkracht is, wordt de draagkrachtperiode vastgesteld van de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend tot 1 januari van het komende jaar.
In het geval van incidenteel bijzondere bijstand wordt de draagkrachtperiode vastgesteld van 1 januari t/m 31 december van het lopende kalenderjaar.
Gedurende de draagkrachtperiode wordt de vastgestelde draagkracht in mindering gebracht op de voor individuele bijzondere bijstand in aanmerking komende kosten, met dien verstande dat de berekende (jaar)draagkracht direct volledig dient te worden aangewend als het een aanvraag voor incidenteel bijzondere bijstand betreft.
De draagkracht wordt binnen de vastgestelde periode herzien indien wijziging van de omstandigheden daartoe aanleiding geeft.
Er wordt geen drempelbedrag toegepast bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand als bedoeld in artikel 35, tweede lid van de Participatiewet.
Hoofdstuk
Artikel 10
Draagkrachtberekening individuele bijzondere bijstand
Onderdeel van Besluit socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013