Tenzij dit besluit anders bepaalt, wordt de bijzondere bijstand “om niet” verstrekt.
Hoofdregel is dat er geen bijzondere bijstand verstrekt wordt voor schulden (artikel 13, eerste lid, onderdeel g van de Participatiewet).
In afwijking van de hoofdregel als bedoeld in het tweede lid, kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 van de Participatiewet, bijzondere bijstand verstrekt worden:
in de vorm van borgtocht indien het verzoek van de belanghebbende tot verlening van een saneringskrediet is afgewezen vanwege diens beperkte mogelijkheden tot terugbetaling en de borgtocht noodzakelijk is om de krediettransactie alsnog doorgang te doen vinden door de Gemeentelijke Kredietbank Drenthe;
in de vorm van een renteloze geldlening of als bijstand “om niet”, indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de onder a genoemde mogelijkheid geen uitkomst biedt.
Bijstand “om niet” als bedoeld in onderdeel b, kan alleen verstrekt worden indien de schuldenlast niet is voortgevloeid uit een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.
De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt:in de gevallen die genoemd worden in artikel 48, tweede lid, onderdelen a, c en d van de Participatiewet.
In geval van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan kan de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening worden verstrekt of geheel of deels worden geweigerd op grond van artikel 18 van de Participatiewet en de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Stadskanaal 2015.
Hoofdstuk
Artikel 12
Vorm van de bijstand
Onderdeel van Besluit socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013