Een belanghebbende jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft op grond van artikel 12 van de Participatiewet slechts recht op bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders omdat:
de middelen van de ouders niet toereikend zijn; óf,
de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.
De belanghebbende jongere, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouder(s) redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als:
deze is / zijn overleden of in het buitenland woont / wonen;
hij in het kader van de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst;
hij op de ingangsdatum van de bijstandverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont;
er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie.
Van noodzakelijke bestaanskosten die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, als bedoeld in artikel 12 van de Participatiewet en het bepaalde in het eerste lid van deze regeling, kan uitsluitend sprake zijn als de belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft en deze huisvesting noodzakelijk is.
De bijzondere bijstand wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden, maar bedraagt:
voor een alleenstaande van 18 tot 21 jaar: aanvulling tot de toepasselijke bijstandsnorm zoals die geldt voor een persoon van 21 jaar;
voor een alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar: aanvulling tot de toepasselijke bijstandsnorm zoals die geldt voor een persoon van 21 jaar.
voor een echtpaar, één of beiden 18, 19 of 20 jaar: aanvulling tot de toepasselijke bijstandsnorm zoals die geldt voor een echtpaar van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd;
voor een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar opgenomen in een inrichting: aanvulling tot de norm zoals die geldt voor een persoon van 21 jaar die verblijft in een inrichting.