Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 13

Overige bepalingen schending inlichtingenplicht

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand

1.. Indien de verlaging als bedoeld in artikel 11 of 12, als gevolg van beëindiging van de bijstand niet kan worden toegepast op de wijze zoals vermeld in artikel 6, eerste en tweede lid, wordt de bijstand, welke belanghebbende heeft ontvangen gedurende de periode dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de inlichtingenplicht, door middel van herziening vermindert met het bedrag van de, bij de verwijtbare gedraging horende, verlaging. Het bedrag dat voortvloeit uit de herziening wordt van belanghebbende teruggevorderd. 2.. Wanneer de terugvordering als vermeld in lid 1 tezamen met het bedrag dat ten onrechte door belanghebbende aan bijstand is ontvangen, meer bedraagt dan het totaalbedrag dat, gedurende de periode dat belanghebbende niet voldaan heeft aan de inlichtingenplicht, aan bijstand is ontvangen, kan er, ingeval van beëindiging van de bijstand, slechts een verlaging worden toegepast tot het bedrag dat, gedurende de periode dat belanghebbende niet voldaan heeft aan de inlichtingenplicht, totaal aan bijstand is ontvangen na aftrek van de ten onrechte ontvangen bijstand. 3.. Indien de situatie als genoemd in het tweede lid ertoe leidt dat er geen verlaging meer mogelijk is, omdat de verstrekte bijstand volledig moet worden teruggevorderd, wordt de terugvordering van de bijstand verhoogd met de op de invordering betrekking hebbende kosten. De bijdrage in de kosten wordt forfaitair vastgesteld op 10% van het bruto benadelingsbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel