**1..** Indien de verlaging als bedoeld in artikel 11 of 12, als gevolg van
beëindiging van de bijstand niet kan worden toegepast op de wijze
zoals vermeld in artikel 6, eerste en tweede lid, wordt de bijstand,
welke belanghebbende heeft ontvangen gedurende de periode dat
belanghebbende niet heeft voldaan aan de inlichtingenplicht, door
middel van herziening vermindert met het bedrag van de, bij de
verwijtbare gedraging horende, verlaging. Het bedrag dat voortvloeit
uit de herziening wordt van belanghebbende teruggevorderd.
**2..** Wanneer de terugvordering als vermeld in lid 1 tezamen met het
bedrag dat ten onrechte door belanghebbende aan bijstand is
ontvangen, meer bedraagt dan het totaalbedrag dat, gedurende de
periode dat belanghebbende niet voldaan heeft aan de
inlichtingenplicht, aan bijstand is ontvangen, kan er, ingeval van
beëindiging van de bijstand, slechts een verlaging worden toegepast
tot het bedrag dat, gedurende de periode dat belanghebbende niet
voldaan heeft aan de inlichtingenplicht, totaal aan bijstand is
ontvangen na aftrek van de ten onrechte ontvangen bijstand.
**3..** Indien de situatie als genoemd in het tweede lid ertoe leidt dat er
geen verlaging meer mogelijk is, omdat de verstrekte bijstand
volledig moet worden teruggevorderd, wordt de terugvordering van de
bijstand verhoogd met de op de invordering betrekking hebbende
kosten. De bijdrage in de kosten wordt forfaitair vastgesteld op 10%
van het bruto benadelingsbedrag.
Paragraaf 3
Artikel 13
Overige bepalingen schending inlichtingenplicht
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand