Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 16.

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening IJsselstein 2013

Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren of tot een dusdanige diepte dat het archeologische monument wordt verstoord. Het is verboden om in archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. Het verbod in lid 2 is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke beleid, en waarbij die verstoring plaatsvindt: • in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde buiten de binnenstad, en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2, of niet dieper dan 30 centimeter of; • in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde buiten de binnenstad, en het te verstoren gebied kleiner is dan 1.000 m2, of niet dieper dan 30 centimeter of; • in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde buiten de binnenstad en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2 of niet dieper dan 30 centimeter of; • in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde binnen de binnenstad, en het te verstoren gebied kleiner is dan 1.000 m2, of niet dieper dan 30 centimeter of; • in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde binnen de binnenstad, en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2, of niet dieper dan 30 centimeter of; • in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde binnen de binnenstad en het te verstoren gebied kleiner is dan 20 m2 of niet dieper dan 30 centimeter. in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; een rapport is overgelegd volgens de handelswijze als beschreven in het archeologiebeleid van de gemeente IJsselstein waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd of; • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad of; • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel