De aanvraag om woonvergunning en het verbod tot het als
woonverblijf in gebruik geven of nemen van een voor bewoning
ongeschikt gebouw.
Bij de aanvraag om woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van
de Woningwet moet worden vermeld de plaats en de aard van het
gebouw en het doel waarvoor het laatstelijk is gebruikt.
Het is verboden een bestaand gebouw, dat laatstelijk niet of
wederrechtelijk als woning of woonwagen werd gebruikt, als
woonverblijf in gebruik te geven of te nemen, indien het
ongeschikt is voor bewoning wegens strijd met de bouw- en/of
woontechnische voorschriften van het Bouwbesluit.