Toegelaten hoogte tussen voor- en
achtergevelrooilijnen.
Overminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een
bouwvergunningplichtig bouwwerk tussen de voor- en
achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken die
de verticale vlakken door de voorgevel- rooilijn en door de
achtergevelrooilijn snijden op de - krachtens de artikelen
2.5.20 en 2.5.21 - maximale bouwhoogte en die met het
horizontale vlak een hoek vormen van 45 graden.
Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een
zijgevel heeft die gelegen is tegenover een
achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit bouwwerk
bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak dat het
verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van de -
krachtens artikel 2.5.22 - maximale bouwhoogte en dat met
het horizontale vlak een hoek vormt van 56 graden.