Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer.
Brandblusvoorzieningen.
Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van
mensen is bestemd, meer dan tien meter is verwijderd van een
openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en
het openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor
verhuisauto's, vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's
en het overige te verwachten verkeer.
Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid
moet, tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in
een bestemmingsplan of in een verordening of anderszins
voorschriften heeft vastgesteld:
een breedte hebben van tenminste 4,5 meter, over een
breedte van tenminste 3,25 meter zijn verhard en een
vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben van
tenminste 4,2 meter;
zijn verhard op een wijze die geschikt is voor
motorvoertuigen met een massa van tenminste 14.600
kg en zijn voorzien van de nodige kunstwerken;
en
op doeltreffende wijze kunnen afwateren.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
bijgebouw, als bedoeld in artikel 2, onder b, van het
Besluit bouwwerken, voor zover dit bijgebouw niet tot
bewoning bestemd is, maar wel tot een hoofdgebouw behoort
dat op hetzelfde terrein is gelegen.
Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is
bestemd, moeten zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto's
aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding tussen die
auto's en de bluswatervoorziening
kan worden gelegd.
Bij afwezigheid van een toereikende openbare
bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een
doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
het bepaalde in het eerste en het vierde lid, indien de
aard, de ligging en het gebruik van het
bouwwerk zich daarvoor lenen.