Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten.
Tussen de toegang van enerzijds:
een woning of woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3
van het Bouwbesluit;
een gebouw met een al dan niet gemeenschappelijke
toegankelijkheidssector, als bedoeld in artikel 4.3
van het Bouwbesluit; en anderzijds de openbare weg
moet een mede voor gehandicapten begaanbare weg of
begaanbaar pad aanwezig zijn.
Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat
zij:
ten minste 1,10 m breed moeten zijn; en
geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85
m; en
ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van
0,02 m, tenzij dit plaatsvindt door middel van een
hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in artikel
2.39 en 2.40 van het Bouwbesluit.