Begripsomschrijvingen.
Dit hoofdstuk verstaat onder:
verblijfsgebouw: een gebouw of een gedeelte van een gebouw
waarin niet-zelfstandige woongelegenheid wordt verschaft aan 5
of meer personen niet behorend tot het gezin van de
eigenaar-bewoner. Van niet-zelfstandige woongelegenheid is
sprake, wanneer de personen in overwegende mate gebruik moeten
maken van de gezamenlijke bad-, toilet- en
kookfaciliteiten.
verblijfseenheid: een zitkamer, een slaapkamer, een zit- /
slaapkamer of met elkaar rechtstreeks in verbinding staande zit-
en slaapkamer die bij een huishouden in gebruik is/zijn.
vluchtmogelijkheid: van rook gevrijwaarde route, uitsluitend
voerend over
een of meer vloeren, trappen of hellingbanen, langs welke route
het aansluitend terrein kan worden bereikt zonder dat deuren
worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden
geopend.
vluchtweg: van brand gevrijwaarde vluchtmogelijkheid die
uitsluitend door een of meer verkeersruimten