Aanvraag sloopvergunning.
Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik
maken van een door of vanwege burgemeester en wethouders
vastgesteld formulier.
De aanvraag moet inhouden:
correspondentieadres van de aanvrager in
Nederland;
indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en
adres;
naam en adres van degene, die met slopen zal worden
belast;
de kadastrale aanduiding van het perceel, waarop
zich het te slopen bouwwerk bevindt en het
huisnummer van het bouwwerk. Indien de
sloopwerkzaamheden bestaan uit asbestverwijdering
van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde
project, wordt een lijst met bedoelde kadastrale
aanduidingen en huisnummers van de desbetreffende
bouwwerken bijgevoegd, welke lijst ingevolge het
negende lid is gewaarmerkt;
een exacte aanduiding van het gedeelte van een
bouwwerk waarop de sloopwerkzaamheden betrekking
hebben, indien niet het gehele bouwwerk wordt
gesloopt;
het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. het te slopen
gedeelte van het bouwwerk laatstelijk is
gebezigd;
mededeling of een bouwvergunning is of zal worden
aangevraagd voor een op het perceel van het te
slopen bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het
bouwwerk op te richten of te veranderen of uit te
breiden bouwwerk;
een beschrijving van de wijze waarop het slopen zal
plaatsvinden en voorts, indien van toepassing,
het sloopveiligheidsplan.
In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te slopen
bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te
zijn, indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens
wordt overgelegd:
een afschrift van het asbestinventarisatierapport,
uitgevoerd door een deskundig
asbestonderzoeksbedrijf, waaruit blijkt dat er zich
geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt;
een asbestonderzoeksrapport opgesteld voor 27
februari 1998 dat voldoet aan de eisen in BRL 5052,
uitgave 1998; waaruit blijkt dat er zich geen asbest
in het te slopen bouwwerk bevindt; indien het
bedoelde asbestonderzoeksrapport is opgesteld voor 1
juli 1993, dient tevens een schriftelijke verklaring
van de aanvrager te worden overgelegd dat er geen
veranderingen van het te slopen bouwwerk hebben
plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen
zijn toegepast;
een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen
bouwwerk is gebouwd na 1 januari 1994;
bij woningen of naar bouwconstructie of
materiaaltoepassing vergelijkbare, niet tot bewoning
bestemde bouwwerken en bijgebouwen: een
schriftelijke verklaring van de bouwer van het te
slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft
toegepast, alsmede een schriftelijke verklaring van
de aanvrager dat er sinds het tijdstip van de bouw
geen veranderingen hebben plaatsgevonden, waarbij
asbesthoudende materialen zijn toegepast;
bij sloop van bepaalde materialen: een schriftelijke
verklaring van de fabrikant of de leverancier dat
het te slopen materiaal geen asbest bevat, alsmede
een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat
het materiaal van deze fabrikant of leverancier
afkomstig is.
Indien geen van bovenvermelde gegevens bij de aanvraag wordt
overgelegd, wordt vermoed dat het bouwwerk asbest bevat,
tenzij de aanvrager in vergelijkbare situaties andere
gegevens verstrekt die dit vermoeden naar het oordeel van
burgemeester en wethouders voldoende weerleggen.
Indien - gelet op het derde lid - wordt vermoed dat het
bouwwerk asbest bevat of de aanvrager weet of redelijkerwijs
kan weten dat zich in het bouwwerk asbest bevindt wordt met
een asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf
aangetoond of dit juist is, en zo ja, waar dit asbest zich
bevindt. Indien geen asbestinventarisatierapport van een
deskundig bedrijf wordt overgelegd, moeten bij de aanvraag
andere gegevens worden overgelegd waaruit blijkt of asbest
aanwezig is, en zo ja, waar dit asbest zicht bevindt. Aan
deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien
de aanvraag sloopvergunning uitsluitend betrekking
heeft op het verwijderen
van asbest op in de aanvraag aangeduide plaatsen,
of
een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in lid 3,
onder b bij de aanvraag is
gevoegd.
Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten
valt dat een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte
van een bouwwerk is verontreinigd met de als gevaarlijk
aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de
afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese
afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159,
blz. 9), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de
vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de
uitslag van dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning
worden gevoegd.
De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in
4-voud worden ingediend.
De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
Nederlands zijn gesteld.
De aanvraag mag meer dan een bouwwerk betreffen, indien zij
betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op
met elkaar samenhangende terreinen dan wel indien zij
betrekking heeft op asbestverwijdering van meer dan één
bouwwerk in het kader van hetzelfde project.
De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden
moeten door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend
dan wel gewaarmerkt worden.
Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk
betreft, moeten uit de aanvraag en de daarbijbehorende
bescheiden de bestaande en de nieuwe toestand duidelijk
blijken.
De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en
wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.
Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van
het voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking
heeft op asbest.
Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden waarvoor
geen sloopvergunning is vereist wordt, voor zover dit slopen
betrekking heeft op asbest, aangemerkt als melding als
bedoeld in artikel 8.2.1.