Naar hoofdinhoud
1.. De artikelen 55 en 86 van de gemeentewet over de oplegging van geheimhouding zijn van overeenkomstige toepassing 2.. De auditcommissie kan, in een besloten vergadering, op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van aan haar overgeleverde stukken geheimhouding opleggen. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de auditcommissie die opheft. 3.. Indien ten aanzien van stukken die zijn gericht aan de auditcommissie geheimhouding is opgelegd blijven deze onder berusting van de secretaris van de auditcommissie. De secretaris verleent inzage aan de leden van de auditcommissie alsmede aan de raadsleden en andere personen voor zover aan hen kennisneming onder geheimhouding is toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel