Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

De aanvraag tot subsidievaststelling

Onderdeel van Algemene subsidieverordening welzijn 2008

1.. Voor waarderingssubsidies en voor individuele subsidies hoeft geen aanvraag tot vaststelling ingediend te worden. Voor deze subsidiesoortengeldt de beschikking tot subsidieverlening tevens als beschikking tot subsidievaststelling. 2.. De instelling die een beschikking tot verlening van een budgetsubsidie of een projectsubsidie heeft ontvangen, dient een aanvraag voor subsidievaststelling in, vóór 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van de gegevens die het college in de beschikking tot subsidieverlening heeft vermeld en bevat voorts ten minste de volgende gegevens: een inhoudelijk verslag van de uitgevoerde activiteiten (jaarverslag) met aandacht voor de omvang en de kwaliteit van de uitgevoerde activiteiten; een verslag van de inkomsten en uitgaven die op de activiteiten betrekking hebben; een overzicht van de bezittingen en schulden; indien er sprake is van financiële reserves en voorzieningen, de hoogte en de bestemming daarvan; indien de subsidie op jaarbasis meer dan € 50.000,00 bedraagt, een accountantsverklaring waaruit de rechtmatigheid van de besteding van de verleende subsidie blijkt. 3.. De instelling die een beschikking tot verlening van een investeringssubsidie heeft ontvangen, dient een aanvraag voor subsidievaststelling in binnen dertien weken na de realisering van de investering. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een verslag waaruit blijkt dat de geplande inves­tering is uitgevoerd, welke kosten met de uit­voering samenhangen en op welke wijze die kosten gedekt zijn. 4.. Het college kan in de beschikking tot subsidieverlening opnemen dat de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve wordt vastgesteld. Artikel 13, eerste lid, is dan van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel