Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie.
2.De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 10.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wwb, IOAW, IOAZ Bloemendaal 2013