Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV.

Artikel 14.

Artikel 14.

Onderdeel van Verordening tot heffing en invordering van Scheepvaartrechten 2005

Het recht bedoeld in artikel 13 bedraagt per jaar: voor los- en laadbruggen € 14,62 per strekkende meter kademuur, met als minimum € 71,68 voor elke hijskraan met bijbehorende werken € 374,52 voor vergaarputten op bakken per stuk € 18,24 en voor daarbij behorende buisleidingen € 7,33 per strekkende meter, met een minimum voor de putten of bakken en buisleidingen tezamen van € 71,68 voor andere toestellen, werken of inrichtingen: indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik worden genomen € 14,62 per vierkante meter met een minimum van € 71,68 en € 126,90 per strekkende meter kademuur met een minimum van € 649,57 bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter; voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht per vaartuig € 220,17 Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd. Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m2, respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m2 respectievelijk hele strekkende meter gehouden. Belastingplicht

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel