Het havengeld wordt niet geheven voor:
vaartuigen, eigendom van, in gebruik bij of ten behoeve van het
rijk en bestemd uitsluitend voor de openbare dienst;
hospitaalschepen, bedoeld bij de wet van 30 december 1905, S
385;
sleepboten, welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te
brengen of te halen en onmiddellijk na aankomst weer
vertrekken;
vaartuigen, die een waterverplaatsing van minder dan 4 kubieke
meter hebben;
vaartuigen, die uitsluitend voor het innemen van gasolie en/of
drinkwater voor eigen gebruik aan de kaden aanleggen;
vaartuigen, waarvan de schippers aantonen, dat zij wegens
familieomstandigheden of dringende noodzakelijkheid van de kade
gebruik moeten maken, mits niet wordt geladen of gelost;
vaartuigen, welke de haven binnenlopen tussen zaterdagmiddag
13.00 uur en maandagmorgen 6.00 uur en op algemeen erkende
christelijke feestdagen, zonder te laden of te lossen;
vaartuigen, die wegens storm, mist of ijsgang of andere
noodtoestanden, die duidelijk als overmacht kunnen worden
aangemerkt, de haven zijn binnengelopen;
vaartuigen, die de haven aandoen, voor het verrichten van kleine
reparaties.
Belastingplicht
Hoofdstuk II.
Artikel 6.
Artikel 6.
Onderdeel van Verordening tot heffing en invordering van Scheepvaartrechten 2005