1.
Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
a.
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;
b.
bij een jaarlijkse verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalanderjaar, respectievelijk 4 maanden na de periode, waarvoor de subsidie is verleend.
2.
De aanvraag tot vaststelling bevat:
a.
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
b.
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
c.
en balans met een toelichting daarop en
d.
een accountantsverklaring
3.
Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
Hoofdstuk 7
Artikel 18
Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Krimpen aan den IJssel 2012