Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
verlenen voor het parkeren op aangewezen belanghebbendenplaatsen,
met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 van deze
verordening.
Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen
van een vergunning.
Een vergunning kan in ieder geval worden verleend aan:
een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont of
een bedrijf heeft in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
aanwezig zijn, ten behoeve van eigen gebruik;
een bewoner of een bedrijf in het gebied waar
belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn
of haar bezoekers, met inbegrip van mantelzorgers;
beroepsmatige hulpverleners zonder herkenbaar voertuig.
Het college kan in bijzondere gevallen ook een vergunning verlenen
aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.
Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
vaststellen.
Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
Het college kan bij diefstal, vermissing of verlies van de
vergunning, als bedoeld in het derde lid, een duplicaat van de
vergunning verstrekken.