De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen,of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan C 45,-- maar minderdan C 3.000,00 en de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekeningvan de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat:
a.aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop zebetrekking hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekeningvan het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht termijnen;
b.aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekkinghebben, moeten worden betaald in drie gelijke termijnen;
c.voor aanslagen, waarvan het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder bedraagtdan C 45,-, de automatische incasso in één keer plaatsvindt uiterlijk twee maanden na de dagtekening
van het aanslagbiljet;
d.aanslagen, waarvan het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagtdan C 3.000,--, geen mogelijkheid is tot automatische incasso van het verschuldigde bedrag en de betalingstermijnals bedoeld in lid lvan toepassing is. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervaltde eerste incassotermįjn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later.
3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eersteen tweede lid gestelde termijnen.