Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2:

Bebouwing bij koopovereenkomst

Onderdeel van Algemene uitgiftevoorwaarden gemeente Hattem 2010

De wederpartij is verplicht de grond te bebouwen met de in de uitgifteovereenkomst aangegeven bebouwing, welke al naar gelang de bestemming van de grond (een) woning(en), bedrijfsgebouw(en) of kanto(o)r(en) of bijzondere of nader omschreven bebouwing kan betreffen. Binnen twee jaar na de datum van het ondertekenen van de notariële akte moet de op de grond te stichten bebouwing voltooid en gebruiksklaar zijn; indien daartoe aanleiding bestaat, kan deze termijn door het college van burgemeester en wethouders worden verlengd. Zolang niet is voldaan aan de in lid b. vermelde verplichting mag de wederpartij de grond niet zonder toestemming van het college van burgemeester en wethouders in eigendom of economische eigendom overdragen, met beperkte rechten bezwaren, verhuren of verpachten. Aan eventuele toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Voor vestiging van het recht van hypotheek is geen toestemming nodig. Het bepaalde in lid c. is niet van toepassing ingeval van executoriale verkoop op grond van artikel 3:268 BW en van verkoop op grond van artikel 3:174 BW. De in lid c. bedoelde toestemming wordt geacht te zijn verleend als de overdracht van de onderhavige grond geschiedt ter uitvoering van een tussen de in uitgifteovereenkomst genoemde wederpartij en diens wederpartij(en) gesloten koop-/aannemingsovereenkomst, waarbij genoemde wederpartij zich tegenover die wederpartij(en) verplicht, de in de uitgifteovereenkomst genoemde en in de daarbij vermelde tekening nader gedetailleerde opstallen te bouwen. Het in dit artikel in lid e. gestelde, geldt uitsluitend voor de in de uitgifteovereenkomst genoemde wederpartij(en) en gaat niet over op diens rechtsopvolgers. Indien na verloop van de in lid b. genoemde termijn de bebouwing wel is aangevangen maar nog geen 50% van de geschatte bouwtijd is verlopen, is de wederpartij aan het college van burgemeester en wethouders een schadevergoeding verschuldigd ter grootte van 10% van de koopsom. Indien na verloop van de in lid b. genoemde termijn de bebouwing is aangevangen, maar meer dan 50% van de bebouwing gereed is, verleent het college van burgemeester en wethouders uitstel van de bouwplicht voor de periode van de geschatte bouwtijd van het restant van de bebouwing. Indien na verloop van die verlenging nog steeds een wezenlijk deel van de bebouwing moet geschieden is de wederpartij aan het college van burgemeester en wethouders een schadevergoeding verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in lid g., onverminderd het recht van het college van burgemeester en wethouders om de volledige nakoming van de bouwplicht te vorderen. GROEP WONINGEN

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel