Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 5

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Maatregelenverordening 2013

Het college legt een maatregel op met ingang van de eerstvolgende kalendermaand na de maand waarin het besluit bekend is gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende uitkeringsnorm. In afwijking van het eerste lid kan het college een maatregel opleggen met ingang van een eerdere datum, mits de maatregel niet wordt opgelegd over een periode waarin de gedraging nog niet heeft plaatsgevonden. Als het opleggen van de maatregel overeenkomstig lid 1 niet mogelijk is omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad dan wel de uitkering over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden. Indien er sprake is van het opleggen van een maatregel zoals genoemd in lid 3 maar deze in verband met het beëindigen van de uitkering niet (geheel) kan worden geëffectueerd, blijft de maatregel (het restant) staan gedurende een periode van twaalf maanden, te rekenen vanaf het moment van beëindiging van de uitkering. Bij hervatting van de uitkering binnen de in het vierde lid genoemde periode beoordeelt het college of de (het restant) maatregel alsnog wordt geëffectueerd. Van een (gedeeltelijk) afzien wordt schriftelijk mededeling gedaan onder vermelding van de reden.

Rechtspraak bij dit artikel