Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 20

Mobiele telefoon

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006

Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld die mede gebruikt mag worden voor privé doeleinden. De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Op de netto bezoldiging dan wel de netto onkostenvergoeding van de wethouder die de mobiele telefoon voor meer dan 10% mede gebruikt voor privé doeleinden, wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag dat op grond van de artikelen 38 respectievelijk 39 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 tot het loon wordt gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel