Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter zendt, spoedeisende gevallenuitgezonderd, uiterlijk 10 dagen voor een vergadering de leden van de raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad verzonden. 3.. Als een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor begin van de vergadering aan de leden van de raad gezonden. 4.. De oproep en voorlopige agenda worden ter kennisneming aan de leden van het college van burgemeester en wethouders gezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel