**1..** De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Als geen
stemming wordt gevraagd stelt de voorzitter vast dat het
voorstel met algemene stemmenis aangenomen.
**2..** In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.
**3..** Wanneer wel stemming wordt gevraagd wordt onmiddellijk bij
hoofdelijke oproeping gestemd tenzij de raad op voorstel van de
voorzitter instemt met stemming bij handopsteken.
**4..** Elk lid dat ter vergadering aanwezig is en zich niet van
deelneming aan de stemming moet onthouden is verplicht zijn stem
uit te brengen door het woord “voor” of “tegen” uit te spreken,
zonder enige toevoeging.
**5..** De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem
uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor in
overeenstemming met artikel 20 is aangewezen.
**6..** Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
gestemd heeft of, wanneer hij het laatst opgeroepen lid is,
voordat met het tellen van de stemmen is begonnen. Bemerkt het
lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter
de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening
vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming
brengt dit echter geen verandering.
**6..** De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
besluit.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 33
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Sliedrecht 2010