**1..** Aan het begin van elke vergadering van de raad kan een lid mondeling
vragen stellen aan burgemeester en wethouders over het door (een lid
van) het college gevoerde bestuur met betrekking tot een actueel
onderwerp.
**2..** Het lid dat mondelinge vragen wil stellen meldt dit onder naam van
het onderwerp schriftelijk via de griffier bij de voorzitter aan
uiterlijk op vrijdag vóór 12.00 uur voorafgaand aan de maandag van
de raadsvergadering.
**3..** De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan
de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig
omschreven acht, in het onderwerp naar zijn inzicht de actualiteit
ontbreekt of als het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde
dag aan de orde komt.
**4..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld waarbij het
tijdstip van aanmelding doorslaggevend is.
**5..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop
te geven.
**6..** Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller
desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
**7..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college
vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**8..** Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
geen interrupties toegelaten.
HOOFDSTUK 4
Artikel 45
Mondelinge vragen (vragenuur)
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Sliedrecht 2010