Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2

Artikel 22

Handhaving orde; schorsing

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de opiniërende bijeenkomsten Sliedrecht 2010

1.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord tenzij de voorzitter het nodig vindt hem aan het opvolgen van de verordening te herinneren of een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog afrondt. 2.. Als een spreker zich beledigend of onbetamelijk uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dit plaatsheeft, over het aanhangig onderwerp het woord ontzeggen. 3.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – als na heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. 4.. De voorzitter kan de opiniërende bijeenkomst voorstellen een lid, dat door zijn gedragingen de orde verstoort, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Nadat het voorstel is aangenomen verlaat het lid de vergadering onmiddellijk, zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden geweigerd.

Rechtspraak bij dit artikel