Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 2.

Artikel 25.

Afzien van een besluit tot afstemming en waarschuwing

Onderdeel van Verordening investeren in jongeren

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af van een besluit tot afstemming, indien: a.. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte inkomensvoorziening is verleend; b.. het college dringende redenen aanwezig acht; als dit het geval is, wordt de jongere daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 2.. Van een besluit tot afstemming wegens een gedraging die leidde tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van inkomensvoorziening wordt afgezien: a.. zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; b.. zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen. 3.. Het college kan van een besluit tot afstemming afzien en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij: a.. het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven; b.. de onderliggende gedraging heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel