**1..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt twintig procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt tien procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**3..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
de verzorgingsbehoevende en de verzorgende tussen wie een eerste- of tweedegraads bloedverwantschap bestaat;
de asielzoeker met een vervangende verstrekking als bedoeld in artikel 3 van het ministeriele besluit met nr. 691161/98/DVB, dat is gebaseerd op de bevoegdheid in artikel 4 RVA 1997 om bepaalde categorieën van verstrekkingen als bedoeld in artikel 5 RVA 1997 uit te sluiten.