Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.

Artikel 7.

Inzet van de voorzieningen

Onderdeel van Verordening investeren in jongeren

1.. Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn en de kortste weg vormen voor het doel dat wordt beoogd. 2.. Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie, dan wel het op andere wijze vergroten van de persoonlijke en maatschappelijke zelfredzaamheid. 3.. Het college vult in beginsel de voorziening bedoeld in het eerste lid voor de jongere die niet beschikt over een startkwalificatie in met scholing of een opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de jongere te boven gaat of onvoldoende bijdraagt aan vergroting van de kans op arbeidsinschakeling van de jongere.

Rechtspraak bij dit artikel