Naar hoofdinhoud

Artikel 9

: Intrekken gehandicaptenparkeerplaats

Onderdeel van Beleidsregel aanwijzing gehandicaptenparkeerplaatsen 2007

1.. Burgemeester en Wethouders kunnen een toegewezen aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats intrekken: op verzoek van de aanvrager, bij verhuizing van (de werkplek van) de aanvrager, bij overlijden van de aanvrager, bij het vervallen van de bestuurderskaart van de aanvrager, bij het niet meer in bezit zijn van een motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig door de aanvrager, bij beëindigen arbeidsrelatie van of door de aanvrager, bij oneigenlijk gebruik of gebruik strijdig met de bepalingen van deze beleidsregel. 2.. Een besluit tot intrekking, als bedoeld in het voorgaande lid van dit artikel wordt schriftelijk en met redenen omkleed aan de aanvrager kenbaar gemaakt. 3.. Wanneer een toegewezen aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt ingetrokken, wordt het bord E6, zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, met het onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager, verwijderd. 4.. Een deel van de kosten voor verwijdering van de in het derde lid van dit artikel genoemde bebording komt voor rekening van de aanvrager. 5.. Het in het voorgaande lid bepaalde is niet van toepassing indien de individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt ingetrokken op grond van de in het eerste lid, sub c. van dit artikel genoemde omstandigheid.

Rechtspraak bij dit artikel