1. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, met uitzondering van de gedraging die schending van de inlichtingenplicht inhoudt; of
c. de gedraging die een schending van de inlichtingenplicht inhoudt meer dan vijf jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
2. Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
3. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening gemeente Vlaardingen 2012