De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25 van de wet, bedraagt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder:
20 procent van de gehuwdennorm als in de woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
10 procent van de gehuwdennorm als één of meer anderen het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben.
Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
de verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd;
de verzorgende die de verzorgingsbehoevende belanghebbende verzorgt;
het inwonende meerderjarige kind met inkomen, exclusief vakantietoeslag, tot maximaal 60 procent van de gehuwdennorm, exclusief vakantietoeslag.
In afwijking van het eerste lid wordt aan de alleenstaande van 21 jaar geen toeslag verstrekt.
In afwijking van het eerste lid onderdeel a bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar 10 procent van de gehuwdennorm.