De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor gehuwden € 550,00,
voor een alleenstaande ouder € 484,00 en
voor een alleenstaande € 386,00.
Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar in de gehuwdennorm van het daar aan voorafgaand jaar. De bedragen worden naar boven afgrond op een veelvoud van vijf euro.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
– Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Opsterland 2013