Bij een gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld.
Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd.
Bij een gedraging die schending oplevert van een in deze verordening genoemde verplichting en van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17, lid 1 WWB en de artikelen 13 IOAW of IOAZ, wordt geen verlaging opgelegd.
Bij recidive, dat wil zeggen, het zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een verlaging is opgelegd, opnieuw schuldig maken aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie, als bedoeld in artikel 8, wordt:
het percentage van de verlaging bij gedragingen van de eerste en tweede categorie verdubbeld;
de periode van de verlaging bij gedragingen van de derde categorie verdubbeld.
Bij een derde en volgende verwijtbare gedraging van dezelfde categorie, als bedoeld in artikel 8, binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging, wordt de bijstand voor onbepaalde duur verlaagd met het percentage dat bij recidive, als bedoeld in het vierde lid, van toepassing is.
Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
Hoofdstuk 1.
Artikel 7
─ Samenloop van gedragingen, recidive en volharding
Onderdeel van Afstemmingsverordening Opsterland 2013