Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Hoogte en duur van de maatregel bij het niet nakomen van verplichtingen

Onderdeel van MAATREGELENVERORDENING inkomensvoorzieningen Lelystad 2012

De maatregel bedraagt bij het niet-nakomen van een verplichting van de: a. eerste categorie: 5% van de berekeningsgrondslag gedurende een maand; b.tweedecategorie: 100% van de berekeningsgrondslag gedurende een maand; c. derde categorie: Voor zover er een benadeling heeft plaatsgevonden over een periode die vóór 1 januari 2013 begonnen is en uiterlijk op 30 januari 2013 geëindigd is: 25% van het benadelingsbedrag, met een minimum van 50% van de berekeningsgrondslag, gedurende een maand, tenzij de maatregel hoger is dan de berekeningsgrondslag in welk geval de maatregel ook betrekking kan hebben op de navolgende maand of maanden. Voor zover de benadeling heeft plaatsgevonden over een periode die begonnen is voor 1 januari 2013, maar niet is beëindigd voor 31 januari 2013 wordt een bestuurlijke boete opgelegd. d. vierde categorie: 100% van de berekeningsgrondslag gedurende een maand. Bij het niet nakomen van een verplichting, binnen twaalf maanden na de bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, wordt een maatregel opgelegd waarbij de in het vorige lid onder a of c genoemde hoogte, of de in het vorige lid onder b of d genoemde duur, wordt verdubbeld. Met het in het vorige lid bedoelde ‘besluit waarbij een maatregel is opgelegd’, wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze verordening. Bij het tegelijkertijd niet-nakomen van meerdere verplichtingen, wordt één maatregel opgelegd die gelijk is aan de hoogste maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel