Naar hoofdinhoud
Artikel 3 voorziet in de mogelijkheid voor belanghebbende om het college te verzoeken om in ieder geval de netto kosten van wonen, energie en ziektekostenverzekering via de bijstand te laten doorbetalen.(Het gaat hier om de verschuldigde lasten, na aftrek van eventuele vergoedingen, zoals toeslagen en/of bijzondere bijstand voor deze kosten). Gedachte hierachter is dat met name moet worden gevreesd dat, wanneer belanghebbende tot drie maanden van bijstand verstoken blijft , het risico bestaat dat deze kosten met allerlei eventuele extra kosten alsnog opgebracht moeten worden door de maatschappij. Om dit te voorkomen voorziet deze bepaling in de mogelijkheid dat het college het te verrekenen bedrag kan aanpassen. Wel is gekozen voor een directe doorbetaling om te voorkomen dat de bijstand voor andere zaken wordt ingezet, waardoor alsnog het risico van uithuisplaatsing reëel blijft. In het tweede lid van artikel 3 is daarnaast bepaald dat een verzoek tot doorbetaling zonder meer wordt geweigerd indien belanghebbende in redelijkheid over voldoende gelden kan beschikken om de genoemde drie maanden in zijn levensonderhoud te voorzien dan wel in redelijkheid deze gelden op korte termijn kan verwerven. Dat gesproken wordt over een verzoek houdt in dat belanghebbende zelf in actie moet komen zo hij de verrekening wil laten aanpassen. Dat houdt tevens in dat zo’n verzoek ook lopende de drie maanden van verrekening kan worden gedaan, mocht bijvoorbeeld plots blijken dat uithuiszetting dreigt.

Rechtspraak bij dit artikel