De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
degene die het voertuig heeft geparkeerd;
Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of
heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting bedoeld in artikel
2, onderdeel a, heeft plaats- gevonden: de houder van het
voertuig met dien verstande dat:
indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren
ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de
houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig
heeft geparkeerd;
indien blijkt dat een ander in het Kentekenregister als bedoeld in
de Wegenverkeerswet 1994, had moeten staan ingeschreven, die ander
wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;
3. de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
degene die op
grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft
geparkeerd
wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
parkeren een
ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit
gebruik
redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen;
3.de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene
die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3.
Belastingplicht
Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2013