Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2013

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het Parkeren. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór het verlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in de centrale parkeerapparatuur. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel