Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2013

1.. Indien een belanghebbende zich ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren en medewerkers, onder omstandigheden die verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 20 tweede lid van de wetten, wordt de uitkering verlaagd. 2.. De verlaging wordt in geval van een ernstige misdraging in de vorm van verbaal geweld, discriminatie of intimidatie op de volgende wijze vastgesteld: 50% van de grondslag gedurende 1 maand bij een eerste ernstige misdraging; 100% van de grondslag gedurende 1 maand bij een tweede ernstige misdraging binnen een periode van 24 maanden na de vorige misdraging; 100% van de grondslag gedurende 2 maanden vanaf een derde ernstige misdraging binnen een periode van 24 maanden na de vorige misdraging. 3.. De verlaging wordt in geval van een ernstige misdraging in de vorm van zaakgericht fysiek geweld, mensgericht fysiek geweld op de volgende wijze vastgesteld: 100% van de grondslag gedurende 1 maand bij een eerste ernstige misdraging; 100% van de grondslag gedurende 2 maanden bij een tweede ernstige misdraging binnen een periode van 24 maanden na de vorige misdraging; 100% van de grondslag gedurende 3 maanden vanaf een derde ernstige misdraging binnen een periode van 24 maanden na de vorige misdraging. 4.. Van een ernstige misdraging in de zin van artikel 20, tweede lid van de wetten kan alleen sprake zijn als verwijtbaarheid is vastgesteld én dit gedrag in het normale menselijke verkeer onacceptabel is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel