1.
Het college ziet af van verlaging indien:
a.elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of;
b. de gedraging meer dan 1 jaar vóór constatering
van die gedraging door het college heeft
plaatsgevonden,
2.
Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van
verlaging indien het daarvoor zeer bijzondere
individuele omstandigheden aanwezig acht.
3.
Indien het college afziet van verlaging wordt de
belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling
gedaan onder vermelding van de redenen.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Afzien van verlaging van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2013