Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
hoofdstuk 3 van de wetten worden onderscheiden in de volgende
categorieën:
1.
Categorie 1:
Het zich niet tijdig laten registreren als
werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten
verlengen van de registratie
2.
Categorie 2:
Het zonder opgave van reden of zonder verschoonbare
reden niet verschijnen op een oproep van het college
om te verschijnen voor een gesprek ter bespreking
van de arbeidsmarktsituatie.
3.
Categorie
3:
Het zonder opgave van reden of zonder verschoonbare
reden niet of onvoldoende nakomen van de
verplichting tot gebruik maken van een andere door
het college noodzakelijk geacht en aangeboden
voorziening (arbeidsinschakeling, scholing of
zorgtraject), voor zover dit
niet heeft geleid tot
het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging
van het traject.
4.
Categorie
4:
a. Het in de periode voorafgaand aan de uitkering
en/of gedurende de periode dat men een uitkering
ontvangt niet naar vermogen trachten algemeen
geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
b. Het zonder opgave van reden of zonder
verschoonbare reden niet of het onvoldoende nakomen
van de verplichting tot het gebruik maken van een
door het college noodzakelijke geachte en aangeboden
voorziening (arbeidsinschakeling, scholing of
zorgtraject), als dit heeft geleid tot het geen
doorgang vinden of voortijdige beëindiging van deze
voorziening.
5.
Categorie 5:
a.Beëindiging van een dienstbetrekking waaraan een
dringende reden ten grondslag ligt in de zin
van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan
worden gemaakt;
b. Beëindiging van de dienstbetrekking op verzoek
van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting
ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze
voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen
worden gevergd;
c. Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
arbeid;
d.Het door eigen toedoen niet verkrijgen van
algemeen geaccepteerde arbeid.