Naar hoofdinhoud
1.. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling, agio en disagio worden lineair in 5 jaar afgeschreven. De kosten worden alleen dan geactiveerd als de plannen omtrent het actief waarvoor de kosten worden gemaakt al redelijk omlijnd zijn, de plannen uitvoerbaar zijn en de kosten in te schatten zijn. 2.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 3.. Op investeringen met een economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, wordt lineair afgeschreven in: 50 jaar gemeentehuis rioleringen/bergbezinkbassins; 40 jaar nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen; nieuwbouw sporthallen; nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; 25 jaar aangelegde rioleringen van vóór 1999; renovatie en restauratie van monumenten, gemeentehuis en school- en bedrijfsgebouwen; duurzame activa, materiaal hout/hard; duurzame voorzieningen in schoolgebouwen; aangelegd gronddepot; 20 jaar duurzame kunstwerken; technische installaties in bedrijfsgebouwen; 15 jaar aanschaf c.q. vervanging van (school)meubilair; geluidinstallaties; 1e inrichtingskosten bij basisscholen; vloerbedekking; vaste weeginstallaties; noodlokalen voor scholen; herstel van CV leidingen in schoolgebouwen; brandpreventieve voorzieningen; rioleringgemalen/rioolpompen; tankautospuit; 12 jaar -halteplaatsen openbaar vervoer; 10 jaar -duurzame gebruiksgoederen, w.o. diverse apparatuur, stemmachines, voorzieningen aan hulpverleningsvoertuigen, gebouwen en apparatuur op de werf, brandweerapparatuur w.o. portofoons, containers, speelvoorzieningen. 8 jaar -transportmiddelen, aanhangwagens, personenauto´s, lichte motorvoertuigen; 4 jaar -uitbreiding c.q. vervanging hardware automatiseringsapparatuur. De afschrijving op software is afhankelijk van de overeengekomen termijn(en) met de leverancier; 4.. De navolgende investeringen worden op annuïteitenbasis afgeschreven: rioleringen in het buitengebied, welke zijn aangelegd vóór 1997, worden op basis van een 25 jarige annuïteit afgeschreven. het voormalige rabobank gebouw, welk gebouw de dependance vormt van het gemeentehuis wordt op basis van een 30 jarige annuïteit afgeschreven. de investeringen in het overdekt zwembad worden op basis van een 25 jarige annuïteit afgeschreven. diverse voorzieningen invoering diftar worden op basis van een 10 jarige annuïteit afgeschreven. bouwkosten van het afvalbrengpunt worden op basis van een 25 jarige annuïteit afgeschreven. de weegbruggen op het afvalbrengpunt worden op basis van een 15 jarige annuïteit afgeschreven. de 10 grote containers op het afvalbrengpunt worden op basis van een 10 jarige annuïteit afgeschreven. 5.. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. 6.. Wanneer zich situaties voordoen dat de economische levensduur van een bepaald actief zich met de vastgelegde afschrijvingstermijn niet verhoudt kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de onder het derde en vierde lid vermelde afschrijvingstermijnen. Investeringen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 2.000,00 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. 7.. Investeringen in openbare ruimten met een maatschappelijk nut als bedoeld in artikel 35, lid 1 onder b juncto artikel 59, lid 4 van het Besluit begroting en verantwoording worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 62 van dat besluit, geactiveerd en jaarlijks lineair afgeschreven; 8.. Het college draagt er zorg voor dat de in lid 4 bedoelde afschrijvingen stelselmatig en volgens een vast stramien plaatsvinden; 9.. Indien en zodra daartoe in financieel opzicht de mogelijkheid bestaat kan op de in het vierde lid bedoelde investeringen extra worden afgeschreven. Jaarlijks kan de raad daartoe bij gelegenheid van de resultaatbestemming in het kader van de jaarverantwoording een voorstel worden gedaan. 10.. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten, worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van: waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen,straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimte, parken en overig openbaar groen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel