Naar hoofdinhoud
1.. Het college legt verantwoording af aan de raad door middel van twee tussentijdse rapportages over de realisering van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden (voorjaarsrapportage) en de eerste acht maanden (najaarsrapportage) van het lopende boekjaar. 2.. Voor de opleverdata van de tussenrapportage aan de raad geldt: 3.. De voorjaarsnota wordt uiterlijk op 1 juli van het lopende begrotingsjaar aan de raad aangeboden; 4.. De najaarsrapportage wordt uiterlijk op 1 december van het lopende begrotingsjaar aan de raad aangeboden. De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lastenen baten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is de beoogde maatschappelijke effecten. In de rapportage wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: de algemene uitkering; de renteontwikkeling; de onderuitputting; de rijksontwikkelingen de grondexploitatie. 5.. De in lid 4 vermelde afwijkingen kunnen leiden tot een wijziging van de programmabegroting. Een voorstel daartoe maakt onderdeel uit van de tussentijdse rapportage en wordt ter vaststelling aan de raad aangeboden. 6.. De raad kan aan de hand van de informatie als bedoeld in lid 4 bepalen of de (beleidsdoelen voor de) programma´s voor het lopende begrotingsjaar bijstelling behoeven.

Rechtspraak bij dit artikel