Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vaststelling budget

Onderdeel van Budgethoudersregeling 2006

1.. Een budget of investeringskrediet wordt, rekening houdend met lid 2, vastgesteld op het moment dat de gemeenteraad bij de vaststelling van de programmabegroting of tussentijds bij de vaststelling van een begrotingswijziging het college van burgemeester en wethouders opdracht geeft de begroting of voorgenomen investering uit te voeren. 2.. De volgende investeringskredieten worden middels het vaststellen van de programmabegroting - en mits de raad geen voorbehoud geeft gemaakt voor de betreffende investering - geautoriseerd aan het college van burgemeester en wethouders: alle vervangingsinvesteringen; “investeringen” die gedekt worden uit de voorzieningen “groot onderhoud gemeentelijke gebouwen” en “groot onderhoud schoolgebouwen” en reserve “(gemeentelijk) monumentenbeleid”; nieuwe investeringen, voor zover het netto bedrag (na aftrek van subsidies derden) lager ligt dan € 20.000 en de jaarlijkse overige exploitatielasten de € 5.000 niet overschrijden; verwachte afwijking van de op de investeringslijsten opgenomen investeringen, mits de verwachte overschrijding blijft binnen de volgende grenzen: Tot € 5.000: 50% Over het meerdere tot € 20.000: 25% Over het meerdere vanaf € 20.000: 10% 3.. De onder lid 2 geautoriseerde kredieten worden definitief beschikbaar gesteld op het moment dat het college van burgemeester en wethouders opdracht geeft de investering uit te voeren. 4.. Investeringskredieten in de begroting volgend op het komende begrotingsjaar worden niet geautoriseerd middels het vaststellen van de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel