Naar hoofdinhoud
De beleidsregels hebben betrekking op de bevoegdheid van het College om op grond van de Wegenverkeerswet 1994 verkeersbesluiten te nemen waarbij parkeerplaatsen, voor zover deze in eigendom en beheer van de gemeente Haarlem zijn, worden aangewezen als gehandicaptenparkeerplaatsen met vermelding van het kenteken van het desbetreffende voertuig. Voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken komt in aanmerking: een bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen en een bestuurder van gehandicaptenvoertuig indien: een bestuurder ingeschreven staat als inwoner van de gemeente Haarlem én een bestuurder beschikt over een geldig rijbewijs, én een bestuurder eigenaar is van het motorvoertuig dan wel het gehandicaptenvoertuig als bedoeld in het eerste lid, én een bestuurder een langdurig mobiliteitsprobleem heeft met een permanent of progressief karakter, én een bestuurder niet in staat is zich met de algemeen gebruikelijke hulpmiddelen over een afstand van 100 meter voort te bewegen, én een bestuurder beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder, én een bestuurder niet beschikt over parkeerruimte op eigen terrein en dit ook niet op een redelijke wijze kan realiseren dan wel dat de bestuurder niet beschikt over een parkeergarage of garagebox ongeacht of hiervoor een vergoeding moet worden betaald aan de eigenaar van de parkeergarage of garagebox, én de te markeren plaats geen belemmering vormt voor de verkeersveiligheid, doorstroming van het verkeer en dergelijke, én de te markeren gehandicaptenparkeerplaats ook technisch redelijkerwijs in te richten is als parkeerplaats én; de plaats te realiseren is binnen de loopafstand/verplaatsingsmogelijkheid van de bestuurder. Indien blijkt dat binnen een straal van 100 meter geen ruimte is om een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats aan te leggen, dan wordt getracht om een parkeerplaats te creëren die deze afstand het meest benadert.

Rechtspraak bij dit artikel