Artikel 125 van de Ambtenarenwet vereist nadere regels voor voorzieningen tijdens ziekte. In de regeling wordt verwezen naar de belangrijkste artikelen van hoofdstuk 7 van de CAR/UWO. De babs krijgt bij ziekte gedurende 18 maanden 100% van zijn bezoldiging (zijnde de gemiddelde vergoeding over de afgelopen 12 maanden) doorbetaald. Vervolgens krijgt hij tot het einde van zijn dienstverband 80% doorbetaald. Een eventuele arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) wordt hierop in mindering gebracht. Gedurende de ziekteperiode kan aan de babs gevraagd worden passende arbeid dan wel gangbare arbeid (na 52 weken) te verrichten.
Artikel 4
Aanspraken bij ziekte
Onderdeel van Rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand